“Vrouwelijke naakt” tekening van Auguste Oleffe (1867-1931), belgische school

gedateerd 1915

Prijs op aanvraag

Contacteer ons

Zittend vrouwelijk naakt, houtskooltekening op kraftpapier, rechtsonder gesigneerd en gedateerd 1915. Originele lijst van zwart en verguld hout, met onder het glas latten die in hun natuurlijke houtkleur zijn gelaten, wat het werk diepte geeft. Deze houtskooltekening toont een zittende naakte vrouw, vastgelegd in een klassieke driekwartpositie van achteren. Het model, dat lichtjes naar links is gedraaid, laat de ronding van haar schouder en buste zien, terwijl haar opgestoken haar een delicate nek onthult. De soepele en omhullende manier waarop het houtskool is aangebracht, getuigt van Auguste Oleffes meesterschap in het weergeven van het vrouwelijk lichaam: de schaduwen zijn subtiel in elkaar overgevloeid, de volumes worden met een minimum aan middelen gesuggereerd en het licht lijkt de huid van het model te strelen. Het geheel straalt een intieme en poëtische sfeer uit, kenmerkend voor de gevoeligheid van de kunstenaar.

Afmetingen: H 33 cm x B 25 cm – H 50 cm x B 43 cm

Het werk wordt gepresenteerd in zijn oude houten lijst, die de verfijning van de tekening benadrukt en het een museale uitstraling geeft. Op de achterzijde bevindt zich een etiket dat verwijst naar de deelname aan de overzichtstentoonstelling van de kunstenaar in het Rouge-cloitre in 1979. Stempel van het huis Lismonde in Beersel ter bevestiging van de deelname van het werk aan een overzichtstentoonstelling in 1989.

Biografie: Auguste Charles Louis Oleffe werd in 1867 in Brussel geboren. Hij volgde een opleiding aan de Tekenschool van Sint-Joost-ten-Node en vervolgens aan de Vrije Academie L’Effort, een vooruitstrevende kunstenaarskring die experimenteren aanmoedigde. Na zijn studie werkte hij als lithograaf en tekenaar, waarna hij in 1890 naar Parijs vertrok om zijn techniek te perfectioneren in contact met de Franse avant-garde. Terug in België ontwikkelde Oleffe een persoonlijk oeuvre waarin het erfgoed van het impressionisme en een gedurfd kleuronderzoek samenkomen. Als schilder van figuren, portretten, stillevens en landschappen blinkt hij ook uit in de etskunst en de tekenkunst. Zijn genrescènes, vaak doordrongen van tederheid, en zijn havengezichten van Oostende getuigen van een gevoelige blik op het dagelijks leven. Als aanhanger van de Brabantse fauvistische beweging deelt Oleffe met zijn tijdgenoten een voorliefde voor expressieve kleur en de vereenvoudiging van vormen, terwijl hij een meer genuanceerde stijl behoudt dan die van de Franse fauvisten. Hij exposeert regelmatig in België en verwerft een solide reputatie bij verzamelaars. Hij overlijdt in Sint-Joost-ten-Node in 1931 en laat een omvangrijk oeuvre na dat de kunstmarkt nog steeds weet te bekoren.

Lees: Het Brabantse fauvisme: kleur in vrijheid

 

Rond de eeuwwisseling van de 20e eeuw, terwijl Henri Matisse en André Derain aan de kust van Collioure de kleur ‘bevrijden’, ontstaat er in België, in de regio Brabant, een parallelle beweging. Deze wordt vandaag de dag aangeduid als het Brabantse fauvisme.

De kunstenaars die er deel van uitmaken – onder wie Rik Wouters, Ferdinand Schirren, Auguste Oleffe, Jean Brusselmans en Willem Paerels – delen met hun Franse collega’s dezelfde wil om te breken met het academische naturalisme. Kleur is niet langer ondergeschikt aan de getrouwe weergave van de werkelijkheid: ze wordt een drager van emotie, een autonome taal. De zuivere tinten, aangebracht in levendige toetsen, geven eerder het licht en de sfeer weer dan de uiterlijke verschijning.

Toch onderscheidt het Brabantse fauvisme zich door een eigen gevoeligheid. De uitbundigheid van de Parijse ‘fauves’ wordt hier getemperd door een zekere terughoudendheid, een meer intieme lyriek, wellicht geërfd uit de schildertraditie van de voormalige Nederlanden. De favoriete onderwerpen blijven geworteld in het dagelijks leven: met licht doordrenkte burgerlijke interieurs, bloeiende tuinen, portretten van naasten, vrouwelijke naakten vol tederheid. De penseelvoering is weliswaar vrij, maar behoudt vaak een herkenbare structuur, een aandacht voor de vorm die getuigt van een gehechtheid aan de menselijke figuur en de modellering.

Rik Wouters, een centrale figuur binnen de beweging, belichaamt deze schildervreugde, vermengd met een duidelijke tederheid voor zijn favoriete model, zijn echtgenote Nel. Auguste Oleffe, die wat terughoudender is, voegt aan de groep een meesterlijke tekenvaardigheid en een stralend kleurenpalet toe, dat schommelt tussen het uitlopende impressionisme en de gedurfde fauvistische stijlen. Ferdinand Schirren daarentegen drijft het experimenteren met kleur door tot verrassende harmonieën, terwijl Jean Brusselmans evolueert naar een geometrische vereenvoudiging die het expressionisme aankondigt.

Het Brabantse fauvisme bloeit voornamelijk tussen 1905 en 1914, voordat de Eerste Wereldoorlog de hoofdrolspelers uiteendrijft of wegvaagt. Rik Wouters stierf in 1916, op slechts drieëndertigjarige leeftijd. Ondanks haar korte bestaan heeft de beweging een blijvende stempel gedrukt op de Belgische kunst van de twintigste eeuw: ze maakte de weg vrij voor het Vlaamse expressionisme en bevestigde het vermogen van de Belgische kunstscène om op gelijke voet te communiceren met de Europese avant-gardes.

Tegenwoordig worden de werken van de Brabantse fauvisten bewaard in de grote Belgische musea – het Museum van Elsene, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Museum voor Schone Kunsten in Gent en zijn bij verzamelaars zeer gewild vanwege hun frisheid, hun levendigheid en hun onvergelijkbare helderheid.